|
Afgelopen zaterdag gingen we onderweg vanaf onze ligplaats bij de windmolen naar het iets verderop gelegen Uitgeest. Het verband met ons bezoek daar ligt bij een van de meest beroemde inwoners van Uitgeest, Cornelis Corneliszoon. Hij was het die eind 16e eeuw de grote houten windmolenconstructie uitvond die ik in mijn vorige journaal noemde. In het bijzonder het gebruik van windmolens om hout te zagen betekende een productiviteitsverbetering boven handzagen van ongeveer 3000% en dat maakte dat de Nederlandse scheepsbouw zo'n grote omvang kon bereiken. Het gebied rondom Zaandam werd door deze ontwikkeling het eerste geÔndustrialiseerde gebied ter wereld en het stelde de VOC in staat de grote vloten te bouwen die de basis vormden voor haar rijkdom en macht. In de periode 1600 - 1649 bouwden de VOC-steden Amsterdam, Delft, Hoorn, Enkhuizen en Rotterdam gezamenlijk meer dan 100 schepen onder de 500 ton (zoals de Duyfken) en tientallen grotere schepen, waarvan een aantal ruim boven de 1000 ton. Die aantallen zijn verbazingwekkend, ÈÈn kleiner schip elke zes maanden, nog afgezien van de grotere. Het kostte ons 400 jaar later 2 jaren om de Duyfken te bouwen, 4 keer zo lang en dat met elektrisch gereedschap. Met het schip Uitgeest bezoeken betekent dat we de geboorteplaats bezochten van het industriÎle proces dat haar bouw mogelijk maakte. We lagen afgemeerd aan een ponton van de Stichting Industrieel Erfgoedpark de Hoop, waar een replica van een houtzaagmolen en bijbehorende opstallen worden gebouwd om de mensen te laten zien hoe dit industriegebied er uitzag. De voorzitter, Wladimir Dobber, is onvermoeibaar geweest bij het organiseren van ons bezoek hier, inclusief het laten uitbaggeren van het gebied waar we liggen, omdat de rest van het Uitgeester Meer erg ondiep is. We ontdekten dat toen we op onze weg naar de afmeerplaats sleepbootassistentie nodig hadden om door een ondiep gedeelte vlak bij de vaargeul te komen, voordat we ons naast het ponton konden nestelen in de modder.
De volgende twee dagen waren zeer succesvol; om de 20 minuten werd een bootlading vol mensen overbracht door het zelfde schip dat ons had geholpen, een oude sleper/werkvaartuig, honderd jaar geleden gebouwd en uitgerust met een oude dieselmotor uit de dertiger jaren ter vervanging van haar oorspronkelijke stoommachine.
Toen het maandagmorgen tijd werd om te vertrekken, bezorgde het ondiepe water ons nog meer problemen. Bij de beperkte manoeuvreerruimte moest ik het schip met lijnen rond het einde van het ponton halen en de sleepboot gebruiken om de boeg rond te trekken door de modder. Die manoeuvre verliep vlekkeloos en met een frisse ZW bries voeren we door de geul terug. Toen we bij de laatste boei van de geul door het Uitgeester Meer kwamen dacht ik dat we uit de problemen waren en liet de sleepboot vertrekken. Net toen zij ons vaarwel zeiden en koers veranderden om terug te varen kwam ons schip langzaam stil te liggen ondanks het feit dat de motoren op halve kracht vooruit stonden. We zetten die snel vrij, maar de inmiddels stevige wind drukte ons verder in de modder en met de motoren vol achteruit liet ik alle kanonnen naar voren brengen om het schip wat voorover te trimmen, maar zonder succes, we zaten stevig vast. In een tot mislukken gedoemde poging liet ik de bezaansroede zakken en de vlaggen neerhalen om de windvang te verminderen, de sleepboot werd er weer voorgespannen en we deden een nieuwe poging waarbij hij trok en ik probeerde het schip met de motoren rond te krijgen. Er kwam geen centimeter beweging in. Er kwamen een paar vissers langs met het briljante inzicht dat ik daar niet moest varen omdat het te ondiep was. Hartelijk bedankt voor deze nuttige informatie. Ik stuurde Phil en Bob met de bijboot er op uit om rondom te loden en uit te zoeken waar het diepe(??) water zich precies bevond. Het bleek dat de geul maar net 2 of 3 meter aan bakboord was, maar dat het aan mijn stuurboordzijde vreselijk ondiep was. Er kwam nog een schip met veel motorvermogen langs en dat werd ook verzocht om hulp. Volgens de jongens in de boot zaten we achter fors aan de grond, maar waarschijnlijk voor maar heel licht. We haalden alle kanonnen weer naar achteren, waarbij het geluid van de rolpaarden op het dek wel klonk als de slag bij Trafelgar, en beide slepers trokken aan de boeg. Terwijl zij beide naar bakboord trokken gaf ik ook vol gas, waarbij we helaas modder door het koelsysteem bliezen, maar het werkt wel. Terwijl we over bakboord hingen ging de boeg langzaam rond en gleden we van de modder af, zodat er weer beweging in het schip kwam. Nu weer reagerend op het roer en de motoren kwamen we terug in de geul. Mijn hartslag zakte weer terug naar normaal terwijl we tussen de vredige weilanden doorvoeren tot aan de volgende uitdaging. Net terwijl we door ÈÈn van de bruggen voeren kregen we een koufrontpassage met harde regenbuien. Natuurlijk wilde het schip direct in de wind op lopen en moesten we de motoren stevig inzetten om recht door te varen. De bemanning raakt nu gewend aan deze bruggen en reageert snel om met stootwillen klaar te staan waar die maar nodig zouden kunnen zijn, en gelukkig kwamen we er ongeschonden door.
Toen we onze oude ligplaats bij de Zaanse Schans weer opzochten merkte ik dat het daar wat was dichtgeslibd en we maakten een paar forse schuivers naar bakboord toen ze weer in de modder liep. Maar we kwamen er en ik was erg blij toen ik de lijnen kon uitbrengen en de motoren uitzetten. Het is dus nu wel duidelijk waarom alle schepen die je hier in Nederland ziet weinig diepgang hebben en zijn uitgerust met zijzwaarden - diep water is hier schaars.
De molenaars waren blij ons terug te zien. Zij hebben een lading gezaagde planken voor de replica van de Zeven ProvinciÎn die nu in Lelystad wordt gebouwd en wij hebben toegestemd om die planken daar voor hen heen te brengen. Ik zei dat we hen een vrachtprijs van 1 euro zouden berekenen, maar was vergeten om met de laadkosten rekening te houden - Victor Moussault en Peter Nieuwbrug rekenden 1 euro als loon voor het laden, zodat er geen winst overbleef. Graeme zal me wel afschieten wanneer hij terugkomt.
Het is prachtig om de molens hier echt aan het werk te zien. Zaanse Schans is een museum waar gewoon wordt gewerkt door mensen die in het dorp wonen en werken. Naast de windmolens zijn hier mooie houten huizen, karakteristiek voor de 17e en 18e eeuw, een kaasmakerij, klompmaker, tingieter, antiekwinkel, klokkenmuseum, een klederdrachtenmuseum, een ouderwetse kruidenierswinkel en een museumbakkerij. De bemanning heeft het geluk te zijn ondergebracht in ÈÈn van de oude huizen met zijn vreemde bedsteden, steile trap en tegeltjes rond de kachel. Het dorp ligt aan de Zaan en wordt omringd door vredige weilanden. Zonder meer ÈÈn van de mooiste plekken die we hebben bezocht.
Genoeg hierover tot zover, we zijn uit de modder en moeten een lading afleveren in Lelystad waar we morgen heen zullen zeilen.
Gary Wilson
Schipper
|